29.01.15 De ene VOS is de andere niet



De ene VOS is de andere niet

Wie in de dagelijkse klinische praktijk staat, zal zeker al ervaren hebben dat patiënten niet altijd op de vertrouwde manier reageren wanneer ze een generiek geneesmiddel nemen. Het voorschrijven op stofnaam (VOS) is zeer zeker een goede economische maatregel, die overigens sinds lang in verschillende landen wordt toegepast, maar heeft ook zijn nadelen. Voor het VOS verplicht werd, waarschuwden de artsen en apothekers hun patiënten voor de aanschaf van generieke producten over de grens waar ze onder een andere naam, vaak bij de drogisterij, voor veel minder geld te koop waren. Nu is er niemand meer die dat advies geeft. De prijsbrekers van de farmacie hebben nu vrij spel. Ben ik daar gelukkig mee?

Als arts ga ik ervan uit dat elk geneesmiddel dat in onze officina's op voorschrift verkocht wordt, een goed en betrouwbaar geneesmiddel is. Er zijn de controlediensten van de APB, het Federaal Agentschap, het EMA en niet te vergeten de apotheker zelf die daarvoor garant staan. Maar de zaak GVK Biosciences bevestigt helaas de regel dat elk vertrouwen beschadigd kan worden.

Er is echter ook de realiteit dat niet alles is wat het lijkt. Ik wil hier een vergelijking maken die sommigen zal choqueren: een whisky sour is een mix van scotch whisky met vers sinaasappelsap. Gebruik de beste en meest verse ingrediënten en je hebt een heerlijke cocktail, shake met whisky van onderaan het schap in de supermarkt tegen een belachelijk lage prijs en sap uit een pakje, en je hebt een laf drankje. Nochtans zijn alle producten goedgekeurd voor menselijke consumptie.

In december 2013 brak in Brits Columbia (Canada) een schandaal uit rond een supermarktapotheek -nog zo'n nieuw fenomeen-  die een psychiatrisch geneesmiddel gesubstitueerd had, wat kwalijke gevolgen had. De 22-jarige Robert Ujfalusi had Asperger's. De feiten begonnen in november 2011. Het duurde 17 maanden voor de ouders vermoedden wat de oorzaak was. Robert kreeg Atomoxetine (merknaam Strattera®) voorgeschreven, een zeer specifieke noradrenaline heropname remmer die gebruikt wordt om de symptomen van ADHD te verminderen. De supermarktapotheek substitueerde, zoals de overheid gevraagd had. Strattera kost in ons land 120.90 € per maand.  Ujfalusi kreeg nevenverschijnselen, kon niet meer slapen, ging hallucineren, verloor zijn eetlust en werd suïcidaal.

Hoewel de actieve en niet-werkzame ingrediënten in de bijsluiter van de Canadese versie van de generieke versies van Strattera hetzelfde zijn, stelde psychiater Adam Gunn dat autistische patiënten slecht kunnen reageren op zelfs een iets ander volume of combinatie van vulstoffen, gebruikt door verschillende fabrikanten. "Het is overigens goed gedocumenteerd dat sommige individuen niet zo goed zullen reageren op generieke geneesmiddelen," zei Dr Gunn in zijn expertise. Toen bleek dat zeven andere, gelijkaardige gevallen, telkens met Strattera, bekend waren bij Health Canada.  Er volgde een klacht bij het College of Pharmacists. De zaak is nog aan de gang maar veroorzaakte een storm onder psychiaters en was op het laatste Psychiatric Congress in New York een hot topic. 

Ik twijfel zeker niet aan de goede trouw van de farmaceutische firma's die generieken op de markt brengen. Voor "banale" aandoeningen kunnen generieke geneesmiddelen een uitstekende oplossing zijn. Ik weet echter uit mijn klinische ervaring dat niet iedereen op dezelfde manier op generische geneesmiddelen reageert. Generieke geneesmiddelen moeten dezelfde hoeveelheid werkzame stof bevatten als het merkproduct, maar mogen verschillende niet-werkzame ingrediënten of "vulstoffen" bevatten. Als een generiek geneesmiddel wordt geproduceerd met verschillende vulstoffen, dan moet de fabrikant de "bio-equivalentie"- bewijzen. Wanneer met dat bewijs is geknoeid, is elk vertrouwen weg.

Op die manier creëert men een geneeskunde aan twee snelheden: één voor hen die noodgedwongen de generieken slikken en zij die zich het merkproduct kunnen permitteren. Als het gaat om kwaliteit of kwantiteit kiest de Belgische patiënt voor het eerste.
Tenslotte nog dit, zelfs voor een arts is het niet eenvoudig om de vaak zeer ingewikkelde en samengestelde generieke benamingen uit het hoofd te leren. Laat staan dat de patiënt bij het verlaten van de consultatie nog weet wat hij voorgeschreven kreeg. Maar dat laatste mag geen argument zijn.

Dr. Anne Marie Uyttersprot
29.01.15






CheckStat