Hup, hup, microbiotica



Hup hup microbiota

Daar zijn de beestjes: Microbiota, de spellbinder herkent het woord zelfs niet eens, zo nieuw is het. Ik word telkens steeds weer enthousiast wanneer ik hoor dat een club minuscule beestjes in de toekomst de kwaliteit van ons leven kan bepalen. Het is een nieuw onderzoeksgebied dat hopelijk helpt een stukje van de puzzel wat ziekten zijn op te lossen. 
Het gaat bij het microbioom niet alleen over de inhoud van de darmen, maar ook over  de mond, de oksels, de huid, de vagina, de anus enz. En het betreft niet alleen bacteriën, maar ook virussen , fungi, en alle kweekbare en niet kweekbare kleine duvelstoejagers.
De laatste jaren kende een boom van papers over het microbioom. Het aantal congressen waar gastro-enterologen, voedingsdeskundigen, neuro-immunologen en biologen met elkaar  van gedachten wisselen zijn legio, maar het aantal Belgen kan je daar op één hand tellen. Meer dan ooit worden er verbanden gelegd tussen het microbioom en allerlei ziekten of aandoeningen, zoals allergie, parkinson, autisme, depressie, alzheimer, anorexie, MS, angst, en ook wel CVS. Ik volg alles op de voet en hoop dat er snel ook therapieplannen aanwezig zijn, want daar wringt het schoentje.
In de New Scientist verscheen recent een artikel, waarbij de auteurs alles in het juiste perspectief pogen te zetten. 
In dit reviewartikel legt Jonathan Eisen, bioloog van University of Columbia alle studies onder de loep. In vier van de zeven trials werd er ten aanzien van controles geen effect gezien van probiotica op de fecale microbiota. Hiervoor werden enkele redenen  aangehaald: bacteriën overleven de inname niet, de samenstelling was verkeerd, of de aanwezige enzymen neutraliseren de bacteriën. Drie studies gaven wel positieve resultaten  maar de opzet van de studies lieten te wensen over wegens het gebrek aan controles. De meeste goede studies werden uitgevoerd bij muizen, maar hoe zit hier de relatie met menselijke ziekten?
De lectuur zette me weer met beide voeten op de grond. Maar een gematigd optimisme is gewettigd. 
Een positieve evolutie is het pas gelanceerde National Microbioom Initiative  van Obama. Dit 541.000.000 dollar project wil de relatie begrijpen tussen de enorme kolonies bacteriën , fungi en virussen in ons lichaam, op het land en in het water.

Terug naar de realiteit. Op kleinere schaal worden testen gedaan met het beïnvloeden van bacteriën in de mond tegen slechte adem, en in de vagina tegen vaginosis. Dit beschouwt men nog als aanvaardbaar maar het ongebreideld gebruik van onder andere fecale transplantatie, uiteindelijk alleen goedgekeurd bij een Clostridium Difficile infectie, wordt ten sterkste afgeraden, dit door het gebrek aan kennis over het hele systeem, niet alleen over de miljarden bacteriën, virussen, fungi, maar ook over  hun chemische bestanddelen die eiwitten en celwanden afbreken en een bijkomend effect hebben op chemische reacties, het immuunsysteem en de hersenen. Er wordt vaak een relatie vastgesteld tussen afwijkende microbiomen en ziekten, maar op dit moment is het nog lang niet zeker of dit oorzaak of gevolg is. 
Door het gemak van toedienen van fecale transplantatie en de betaalbaarheid hiervan wordt dit door veel mensen omarmd als een wondermiddel. De Taymount Clinic in Hitchin, UK, biedt dit aan voor alle soorten aandoeningen. Zij dienen feces toe, van niet-rokende, niet-drinkende gezonde magere donoren. Zij zeggen ook heel dankbare patiënten te hebben die beter worden. 
Maar toch wil ik, ook al geloof ik in de evolutie van dit onderzoeksterrein, dat we voorzichtig zijn met het toedienen van lichaamsvreemd materiaal vooral als je niet kan meten wat op termijn de gevolgen zullen zijn. Misschien haal je wel nieuwe aandoeningen binnen.
Dus als eindconclusie wil ik stellen: volg alles goed op, heb een gezond wantrouwen, maar gooi niet het kind met het badwater weg.

Dr. Anne-Marie Uyttersprot


Bron:






CheckStat